Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning november 2008

Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget individuele voorzieningen, niet zijnde hulp bij het huishouden 1 of 2, is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het artikel 8 en artikel 13 van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Zwartewaterland; de omvang van het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden 1 en 2 bedraagt maximaal 75% van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura. De omvang van het persoonsgebonden budget bedraagt minimaal: € 13,75 voor hulp bij het huishouden 1 en € 18,48 voor hulp bij het huishouden 2; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in artikel 6, artikel 8 en artikel 13 van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland; De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de persoon met beperkingen. 5. a. Het college gaat met betrekking tot hulp bij het huishouden steekproefsgewijs na of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is, waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10% van het aantal persoonsgebonden budgetten waarover verantwoording afgelegd dient te worden. Met betrekking tot een persoonsgebonden budget ten behoeve van de aanschaf van een voorziening vindt verantwoording door de budgethouder plaats direct na levering. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van het Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland, te verstrekken. De onder lid 5 en 7 bedoelde verantwoording heeft betrekking op persoonsgebonden budgetten ten bedrage van € 500,00 of hoger; beneden de € 500,00 behoeft geen verantwoording afgelegd te worden. Dit bedrag geldt met betrekking tot de hulp bij het huishouden op jaarbasis. 5.Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel