Voor het verkrijgen van de in artikel 6 bedoelde tegemoetkoming zendt de in artikel 1 bedoelde instantie binnen 30 dagen na afloop van het schooljaar bij burgemeester en wethouders een opgave in, vermeldende voor elke school afzonderlijk:
a.de naam van de leerkracht(en), belast met het geven van godsdienstonderwijs
respectievelijk levensbeschouwelijk vormingsonderwijs;
het aantal lesuren, dat werd gegeven;
de dagen en uren gedurende welke deze lesuren werden gegeven;
het aantal groepen;
de aantallen leerlingen, die iedere les hebben bijgewoond.
Deze opgave wordt, vóór inzending, door de directeur van de school gewaarmerkt.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levens-beschouwelijk vormingsonderwijs op openbare basisscholen;