Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, het recht op een eigen graf voor:
de tijd van veertig jaar;
voor onbepaalde tijd.
De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
2Burgemeester en wethouders verlengen het in het eerste lid van dit artikel onder a. bedoelde termijn van veertig jaar eenmalig met een zelfde periode indien de rechthebbende op het graf daarom schriftelijk verzoekt bij het begraven van een tweede lijk in het desbetreffende graf en de eerste termijn van veertig jaar nog niet is verstreken. De termijn van verlenging begint de lopen op de datum waarop het bedoelde tweede lijk in het desbetreffende graf wordt begraven.
3 Het in het eerste lid van dit artikel onder a. bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkenmale verlengd met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
4 Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 14, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Hoofdstuk IV
Artikel 13
Termijnen eigen graven
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en)