**1..** Het is verboden ter plaatse van een gemeentelijk archeologisch
monument door middel van ingrepen de bestemming van de grond te
veranderen, waardoor het grondwaterpeil verandert of graafwerk moet
worden verricht op een diepte van meer dan 0,25 m onder het
maaiveld.
**2..** Nadat advies is ingewonnen bij de opgravingsbevoegde instantie,
kunnen burgemeester en wethouders vergunning verlenen voor graafwerk
onder 0,25 m, indien het toezicht en de bescherming van het
gemeentelijk archeologisch monument is geregeld door:
a.de mogelijkheid van toegang van door burgemeester en wethouders
aan te wijzen personen op het terrein;
b. de mogelijkheid van de onder a) genoemde personen om - in overleg
en in samenspraak met burgemeester en wethouders - graafwerk en/of
documentatiewerkzaamheden te (laten) verrichten.
**3..** Op het aanvragen en verlenen van een vergunning als bedoeld in het
2e lid van dit artikel is het bepaalde in de artikelen 9
tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 5
Artikel 22
- Verbodsbepalingen en vergunningen m.b.t. archeologische monumenten
Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004