Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 22

- Verbodsbepalingen en vergunningen m.b.t. archeologische monumenten

Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004

1.. Het is verboden ter plaatse van een gemeentelijk archeologisch monument door middel van ingrepen de bestemming van de grond te veranderen, waardoor het grondwaterpeil verandert of graafwerk moet worden verricht op een diepte van meer dan 0,25 m onder het maaiveld. 2.. Nadat advies is ingewonnen bij de opgravingsbevoegde instantie, kunnen burgemeester en wethouders vergunning verlenen voor graafwerk onder 0,25 m, indien het toezicht en de bescherming van het gemeentelijk archeologisch monument is geregeld door: a.de mogelijkheid van toegang van door burgemeester en wethouders aan te wijzen personen op het terrein; b. de mogelijkheid van de onder a) genoemde personen om - in overleg en in samenspraak met burgemeester en wethouders - graafwerk en/of documentatiewerkzaamheden te (laten) verrichten. 3.. Op het aanvragen en verlenen van een vergunning als bedoeld in het 2e lid van dit artikel is het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel