**1..** Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een
belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk
monument. Een besluit tot aanwijzing dient gebaseerd te zijn op een
redengevende monumentbeschrijving.
**2..** a. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit
nemen, vragen zij advies aan de gemeentelijke monumentencommissie.
In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege
blijven.
Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en
beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire
schuldeisers en - als om de aanwijzing is verzocht - de
verzoeker worden in de ge-legenheid gesteld te worden
gehoord.
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument
de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als
beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat
de registratie als bedoeld in artikel 6 lid 1 plaatsheeft of
vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen, zijn de
artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige
toepassing.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen bepalen, dat ten behoeve van de
aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument een
bouwhistorisch- en/of non-destructief archeologisch onderzoek wordt
verricht.
**4..** Voordat burgemeester en wethouders een monument aanwijzen, voeren
zij overleg met de eigenaar.
**5..** De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument kan geen object
betreffen dat onherroepelijk is aangewezen op grond van artikel 3
van de Monumentenwet 1988, of dat onherroepelijk is aangewezen op
grond van de Monumentenverordening van de Provincie
Noord-Brabant.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
- De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004