Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
van:
de weigering van burgemeester en wethouders een
vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in de
artikelen 9, 20, 22 en 27 van deze verordening;
of
voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden
aan een vergunning tot wijziging, afbraak of
verwijdering van een gemeentelijk monument;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of
niet geheel te zijnen last behoort te blijven, kennen
burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een naar
billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Voor de behandeling van de verzoeken om schadevergoeding zijn de
bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij
toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening
van overeenkomstige toepassing.