1.De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.
2 Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.
Alvorens burgemeester en wethouders de gemeenteraad ter zake een voorstel doen, wordt de monumentenraad gehoord.
De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen zestien weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders.