Naar hoofdinhoud
Het in artikel 4.8. van de Verordening genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt: Afschrijving in 10 jaar; De eigenaar-bewoner, die krachtens deze Verordening een financiële tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een woonvoorziening ter waarde van minimaal het bedrag dat geldt voor het toepassen van de grens van het primaat van verhuizing heeft ontvangen, en die binnen een periode van 10 jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de koopakte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De eventuele meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald; De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beedigd taxateur, aan te wijzen en te betalen door het college; De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor het eerste jaar na gereedmelding 100 procent van de meerwaarde; voor het tweede jaar 90 procent van de meerwaarde; voor het derde jaar 80 procent van de meerwaarde; voor het vierde jaar 70 procent van de meerwaarde; voor het vijfde jaar 60 procent van de meerwaarde; voor het zesde jaar 50 procent van de meerwaarde; voor het zevende jaar 40 procent van de meerwaarde; voor het achtste jaar 30 procent van de meerwaarde; voor het negende jaar 20 procent van de meerwaarde; voor het tiende jaar 10 procent van de meerwaarde. Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in mindering gebracht tot maximaal € 227.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel