Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Voorwaarden

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) Groesbeek

1.. Voor een melding als bedoeld in artikel 4 lid 1 dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde formulieren. 2.. Bij de melding verstrekt de grondroerder in elk geval de volgende gegevens: een machtiging indien het een melding betreft voor of namens een opdrachtgever; NAW-gegevens van de netbeheerder, opdrachtgever en/of grondroerder van de kabels en/of leidingen, alsmede van de (te machtigen) uitvoerder waarvan de contactpersoon de Nederlandse taal machtig moet zijn; een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de kabels en/of leidingen; een opgave van belanghebbenden (waaronder omwonenden) en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden; een omschrijving van eventuele opbrekingen van de verhardingen; het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; een opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen ervan; een opgave van alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet genoemde belangen; een uitvoeringsplan inclusief: in viervoud volledige en duidelijk leesbare tekeningen van het gewenste tracé, schaal 1:500; een opgave van de eventuele te plaatsen objecten, alsmede van de situering daarvan; een beschrijving van de maatregelen voor de bereikbaarheid en bescherming van in de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen; een verkeersplan op basis van CROW 96b; de te nemen maatregelen ter bescherming van de openbare voorzieningen (bomen etc.); de te nemen maatregelen ten behoeve van de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid; Planning van het gehele werk inclusief de fasering en werkvolgordes. 3.. Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen tevens te worden verstrekt binnen het uitvoeringsplan: een opgave van aantal kabels dat direct/niet direct in gebruik wordt genomen. 4.. Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 3 en 4, dient te worden verstrekt: naam, adres en ondertekening van de netbeheerder (dan wel diens gemachtigde), NAW- gegevens van de uitvoerende partijen, waarbij de contactpersoon de Nederlandse taal machtig dient te zijn; de dagtekening van de melding; de lengte van de sleuf die wordt opengebroken; het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken. 5.. Het college kan nadere regels stellen inzake de te verstrekken gegevens en de wijze waarop die worden verstrekt. 6.. Een melding wordt in behandeling genomen indien en zodra de melding met vereiste gegevens compleet is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel