Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 19

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009

1.. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders. 2.. De rechthebbende van een eigen graf of algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3.. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien: a.. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; b.. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c.. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d.. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 6.. Het bepaalde in artikel 22, vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 7.. De grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een grafbedekking voor een bijzetting of opgraving of ontstaan bij het opnieuw stellen of schoonmaken, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor risico en rekening van de rechthebbende of gebruiker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel