Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2005

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990, alsmede brommobielen; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in Wegenverkeersreglement, met dien verstande dat fietsen en bromfietsen niet als voertuigen worden beschouwd; brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel ia, van het RVV 1990, te weten een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een gesloten carrosserie; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het kentekenregister als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; het kentekenregister: het register betreffende opgegeven kentekens, bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 475); parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaatsen; vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; dagdeel: de perioden 9.00 tot 13.00, respectievelijk 11.30 tot 15.30, 14.00 tot 18.00 en 16.00 tot 21.00 uur, of zoveel later als overeenkomt met het eindtijdstip van de in casu geldende verplichting tot betaald parkeren; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zwijndrecht een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren via mobiele telefoon of ander communicatiemiddel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel