Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 30.

Inwerkingtreding, overgangsrecht, evaluatie en citeertitel

Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2013

Deze Verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006. Een aanvraag om een eenmalige voorziening die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze Verordening, evenals een aanvraag om een periodieke financiële tegemoetkoming waarvan de ingangsdatum is gelegen vóór de inwerkingtreding van deze Verordening, wordt beoordeeld op grond van de bepalingen van de Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006’ en de daarop gebaseerde nadere regelgeving en de daarbij behorende beleidsregels. Een voorziening die is toegekend met ingang van een datum gelegen vóór de inwerkingtreding van deze Verordening kan door het college aan de hand van de bepalingen van deze Verordening worden beoordeeld op al dan niet gewijzigde voortzetting daarvan. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt één maal per 4 jaar geëvalueerd, voorafgaand aan het plan, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet. Het college zendt jaarlijks, voorafgaand aan de publicatie als bedoeld in artikel 9 van de Wet aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van de individuele voorzieningen en de effecten van de Verordening in de praktijk. Indien de evaluatie of het verslag over de doeltreffendheid en effecten daartoe aanleiding geeft, kan de Verordening worden aangepast. Deze Verordening wordt aangehaald als “Verordening individuele verstrekkingen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2013”.

Rechtspraak bij dit artikel