Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet op de kansspelen;
Speelautomatenbesluit: Koninklijk Besluit van 23 mei 2000 Staatsblad
2000, 223, zoals deze luidt na wijziging bij Besluit d.d. 20 april
1989, Staatsblad 1989, 114;
Speelautomaat: een speelautomaat, als bedoeld in artikel 30 van de
Wet;
Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
gelegenheid te geven een spel door middel van onder anderen
speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid,
onder c. van de Wet;
Ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal
exploiteert;
Beheerder: degene die, eventueel tezamen met anderen, met het
dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de
speelautomatenhal is belast;
Openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen
bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en
zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden
liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
Algemene wet bestuursrecht: Wet van 4 juni 1992, Staatsblad 1992,
315.