Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2013

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onder a, voor het parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onder a, voor het parkeren anders dan op parkeerapparatuurplaatsen wordt geheven bij wege van inworp van geld in een betaalautomaat dan wel bij wege van nota en moet worden betaald na afloop van het parkeren dan wel terstond na aanbieding van de nota. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onder b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 5.. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden bij de centrale computer, van het bedrijf waarmee de gemeente Zaanstad een overeenkomst heeft gesloten, voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, betaald worden binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaats gevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel