1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
a. voor gehuwden € 500,00;
b. voor een alleenstaande ouder € 450,00 en;
c. voor alleenstaande € 350,00.
2. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
3. De in het eerste lid genoemde bedragen worden vanaf 2013 jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met het consumentenprijsindexcijfer. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
4. In afwijking van het eerste lid onder a bedraagt de langdurigheidstoeslag voor belanghebbende die gehuwd is met een persoon die van het recht op langdurigheidstoeslag is uitgesloten op grond van artikel 11 of 13, lid 1 van de wet, het bedrag dat voor een alleenstaande of alleenstaande ouder geldt.