Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven
indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate
naleeft.
In de aanwijzing geef het college met redenen omkleed aan op
welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.
Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang
bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
verlengd.
De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.
Hoofdstuk 4.
Artikel 18.
Aanwijzing en bevel
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen