De ambtelijke organisatie is ondergebracht in een dienst, die
wordt aangeduid als "bestuursdienst".
Deze dienst is naast de directie ingedeeld in organisatorische
eenheden, die worden aangeduid als "afdelingen". Er zijn
maximaal drie beleids- en beheersafdelingen, maximaal drie
uitvoerende afdelingen en maximaal vier ondersteunende
afdelingen.
Het indelen en wijzigen van een indeling geschiedt met
inachtneming van het bepaalde in lid 2 door het college van
burgemeester en wethouders in overleg met de secretaris
respectievelijk de directie.
Aan het direct betrokken personeel wordt in ieder geval inspraak
verleend op een voorgenomen wijziging van de indeling.
Van de indeling en een wijziging daarvan wordt de
(raads)commissie van advies, belast met het organisatie- en
personeelsbeleid, zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
Het college van burgemeester en wethouders kan op voorstel van
de directie besluiten tot het instellen van tijdelijke
organisatorische verbanden tussen afdelingen, die worden
aangeduid als "projectgroepen". De leiding van een projectgroep
wordt opgedragen aan een projectleider. Het bepaalde in artikel
4 is ten aanzien van een projectleider van overeenkomstige
toepassing.