Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013

In deze verordening wordt verstaan onder: inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ wordt gelezen: ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; peildatum: datum waarop het recht op langdurigheidstoeslag is ontstaan; referteperiode: periode voorafgaand aan de peildatum welke voor personen van 21 en 22 jaar 36 maanden bedraagt en voor personen van 23 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar 60 maanden bedraagt; sociaal minimum: 101% van de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet; wet: Wet werk en bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel