Een persoon heeft geen uitzicht op inkomensverbetering als bedoeld in
artikel 36, eerste lid, van de wet indien:
a. hij in het laatste jaar van de referteperiode niet meer dan 3
kalendermaanden inkomsten uit arbeid heeft gehad;
b. hij op de peildatum geen opleiding volgt als bedoeld in de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel een studie volgt
als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.
Artikel 3
Geen uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013