Lid 1
Bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver wordt het salaris van de ambtenaar, ingedeeld in een van de salarisschalen van bijlage II of IIa bij de CAR en de UWO, binnen die salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag.
Lid 2
De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar.
Lid 3
Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging moet worden toegekend, kan worden vervroegd ingeval daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.
Lid 4
Voor zover de salarisschaal dit aangeeft, wordt het salaris wanneer het maximum salaris is bereikt vervolgens jaarlijks verhoogd tot het naasthogere bedrag van de salarisschaal, vermeld achter een salarisnummer, beginnend met de letter U.