Een uitkeringsgerechtigde die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken (artikel 9, eerste 1 onder b van de WWB , artikel 37, lid 1 onder e van de IOAW en IOAZ).
Een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, IOAW en IOAZ, de Wet SUWI, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.
Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid van dit artikel, dan kan het college een WWB uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening 2007 WWB gemeente Aalsmeer. Voor de IOAW en de IOAZ geldt het maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ.
Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid van dit artikel, kan het college de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Hoofdstuk
Artikel 5:
verplichtingen van de uitkeringsgerechtigde
Onderdeel van Re-integratieverordening 2007 WWB, IOAW, IOAZ gemeente Aalsmeer