Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Indienen van een klacht bij de interne procedure

Onderdeel van Klachtenregeling ongewenst gedrag

Lid 1 Klager die een klacht wil indienen doet dit bij zijn leidinggevende. De leidinggevende treedt dan op als bemiddelaar tussen aanklager en aangeklaagde. Lid 2 Indien de leidinggevende aangeklaagd wordt, treedt het afdelingshoofd in diens plaats. Ingeval een afdelingshoofd wordt aangeklaagd, treedt de gemeentesecretaris in diens plaats. Ingeval de gemeentesecretaris wordt aangeklaagd, treedt de portefeuillehouder personeel en organisatie in diens plaats. Lid 3 De leidinggevende stelt een onderzoek in en treedt in overleg met klager en aangeklaagde. De leidinggevende kan zich laten bijstaan door een deskundige. Lid 4 Heeft de medewerker reden zich niet te wenden tot zijn leidinggevende, of slaagt de bemiddelingspoging niet, dan kan hij zich wenden tot de vertrouwenspersoon als bedoeld in hoofdstuk 2. Lid 5 De vertrouwenspersoon kan advies en ondersteuning bieden aan de medewerker. Indien de medewerker dit wenst kan de vertrouwenspersoon bemiddelen tussen klager en aangeklaagde. Lid 6 Indien mogelijk sprake is van ongewenst gedrag wordt aan klager gevraagd zich in eerste instantie te wenden tot de vertrouwenspersoon om te voorkomen dat ongewenst gedrag zich gaat voordoen.

Rechtspraak bij dit artikel