1. Onder een zelfstandige eenheid wordt verstaan:
a. blaasorkest;
b. mars- en showorkest;
c. jeugdorkest.
2. De organisatie dan wel de onderliggende eenheden dienen door een landelijke koepelorganisatie erkend te zijn.
3.a. een blaasorkest is een harmonie, fanfare of blaaskapel, echter niet zijnde een dweilorkest;
b. een mars- en showorkest is een drumfanfare, showband, drum- en malletbands, tamboer-, fluit-, lyra-, pijper- en/of jachthoornkorps eventueel aangevuld met een majorettegroep en/of met een vendelgroep;
c. een jeugdorkest is een jeugdafdeling van de in lid 1. onder a of b, genoemde eenheden.
4. De subsidie voor blaasorkesten, mars- en showorkesten en jeugdorkesten bestaat uit:
a. een basisbedrag van € 748,00 voor een organisatie bestaande uit één van de hierboven genoemde eenheden;
b. een basisbedrag van € 1.250,00 voor een organisatie bestaande uit twee van de hierboven genoemde eenheden;
c. een basisbedrag van € 1.500,00 voor een organisatie bestaande uit drie of meer van de hierboven genoemde eenheden;
d. een bedrag van maximaal € 1.970,00 in de totale kosten van de professionele artistieke leiding;
e. een bedrag van maximaal € 500,00 in de totale kosten van niet-professionele artistieke leiding.
5. Een dirigent of instructeur is bevoegd als hij/zij voldoet aan de toetredingsvoorwaarden van de Bond van orkestdirigenten en instructeurs. Degenen die studerend zijn hiervoor, kunnen worden ingeschreven als aspirant-lid en wel gedurende een periode van 4 jaar. De vaststelling van de vakbekwaamheid geschiedt aan de hand van de behaalde diploma’s.