**1..** Onder een fraudeschuld wordt verstaan: ten onrechte verstrekte bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB of artikel 44 lid 1 WIJ;
**2..** Fraudeschulden worden in alle gevallen terug- en ingevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen;
**3..** Alvorens een benadelingsbedrag wordt vastgesteld, maar het aannemelijk is dat de benadeling groter dan € 2.000,00 zal zijn, kan conservatoir beslag door een deurwaarder worden gelegd op geld en goederen van betrokkene.
**4..** Voorafgaande aan het jaar waarin kan worden besloten af te zien van invordering zoals opgenomen in artikel 58 lid 7 sub a, b, en c WWB, wordt een vermogensonderzoek naar de debiteur ingesteld.
**5..** Wanneer belanghebbende minimaal 75% van het totale benadelingsbedrag ineens aflost, zoals bedoeld in artikel 58 lid 7 sub d WWB, dan ziet het college af van verder terugvordering. Voorafgaand aan dit besluit wordt een vermogensonderzoek naar de debiteur ingesteld.
**6..** In geval sprake is van een combinatie van boete, fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, zal debiteur eerst de boete moeten aflossen, vervolgens de fraudeschuld, en zal debiteur vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden moeten aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld.
**7..** In geval van fraudevorderingen is artikel 12 niet van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Fraudeschulden
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Wet Werk en Bijstand