Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13.

Fraudeschulden

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Wet Werk en Bijstand

1.. Onder een fraudeschuld wordt verstaan: ten onrechte verstrekte bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB of artikel 44 lid 1 WIJ; 2.. Fraudeschulden worden in alle gevallen terug- en ingevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen; 3.. Alvorens een benadelingsbedrag wordt vastgesteld, maar het aannemelijk is dat de benadeling groter dan € 2.000,00 zal zijn, kan conservatoir beslag door een deurwaarder worden gelegd op geld en goederen van betrokkene. 4.. Voorafgaande aan het jaar waarin kan worden besloten af te zien van invordering zoals opgenomen in artikel 58 lid 7 sub a, b, en c WWB, wordt een vermogensonderzoek naar de debiteur ingesteld. 5.. Wanneer belanghebbende minimaal 75% van het totale benadelingsbedrag ineens aflost, zoals bedoeld in artikel 58 lid 7 sub d WWB, dan ziet het college af van verder terugvordering. Voorafgaand aan dit besluit wordt een vermogensonderzoek naar de debiteur ingesteld. 6.. In geval sprake is van een combinatie van boete, fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, zal debiteur eerst de boete moeten aflossen, vervolgens  de fraudeschuld, en zal debiteur vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden moeten aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld. 7.. In geval van fraudevorderingen is artikel 12 niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel