Lid 1
De voorbereiding van de in artikel 1 bedoelde besluiten ten aanzien van de griffier die zijn voorbehouden aan de raad, wordt namens de raad uitgevoerd door de voorzitter van de raad.
Lid 2
De voorzitter van de raad informeert jaarlijks de raad vertrouwelijk over de toepassing van de onder het eerste lid genoemde besluiten.