Lid 1
De belanghebbende, aan wie het college toestemming heeft verleend tot het dagelijks gebruik maken van een auto, fiets of bromfiets, bij de vervulling van de betrekking, kan op zijn verzoek een voorschot krijgen voor het te verwachten aantal te rijden kilometers per jaar.
Lid 2
Het aantal kilometers waar het voorschot bedoeld onder lid 3 op is gebaseerd bepaalt het college aan de hand van de opgaaf van het bevoegd gezag, opgesteld in samenspraak met de betrokkene. Afwijking van bedoelde opgave wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de belanghebbende meegedeeld. Deze opgaaf betreft:
het totaal aantal kilometers voor vaste en/of incidentele ritten binnen de gemeente;
het totaal aantal kilometers voor woon-/werk verkeer.
Lid 3
Dit voorschot is gebaseerd op 100% van het overeenkomstig lid 2 berekende bedrag. Na het einde van het jaar, dan wel bij het verlaten van de dienst vóór 31 december, vindt verrekening plaats aan de hand van het werkelijk aantal verreden kilometers.
Lid 4
De in lid 1 bedoelde belanghebbende is verplicht maandelijks een declaratie in te dienen via een modelformulier, dat door het afdelings- of diensthoofd en de gemeentesecretaris dient te zijn geparafeerd.
Lid 5
Woon-/werk verkeer, dat ingevolge artikel 9 als dienstreis is aangemerkt, wordt op grond van dit artikel vergoed tot een maximum van 10 kilometer per dag gedurende maximaal 225 dagen per jaar.