Lid 1
De Plaatsingscommissie ontvangt schriftelijk van de werkgever de informatie, genoemd in artikel 3:1, alsmede:
de functies waar de medewerker zijn voorkeur voor heeft uitgesproken;
de leeftijdsopbouw van medewerkers die betrokken zijn bij de organisatie gekoppeld aan de oorspronkelijke functies.
Lid 2
De Plaatsingscommissie hoort in ieder geval de medewerker voor wie in de nieuwe organisatie geen passende of geschikte functie aanwezig is of lijkt te zijn en de medewerker die op het voorkeursformulier heeft aangegeven door de commissie gehoord te willen worden.
Lid 3
Van het horen van de individuele medewerker door de Plaatsingscommissie wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat door de voorzitter en de secretaris van de Plaatsing scommissie voor akkoord wordt ondertekend.