Lid 1
Het ingehouden spaarloon wordt door de werkgever onmiddellijk na de inhouding overgemaakt op de spaarloonrekening van de deelnemer.
Lid 2
Het spaarloon van een bepaald kalenderjaar zal nadat het gedurende ten minste vier kalenderjaren gerekend vanaf de eerste januari volgend op het jaar van bijschrijving op de spaarrekening heeft gestaan, overgeboekt worden naar de door de deelnemer opgegeven tegenrekening.
Lid 3
De deelnemer ontvangt tenminste éénmaal per jaar een rekeningafschrift van de spaarinstelling.