Het is verboden met een schip langer dan drie maanden achtereen
gebruik te maken van de haven en de havenwerken.
Indien tijdens een onderbreking van de periode genoemd in het
eerste lid of na vertrek na die periode niet aan de economische
vaart met het schip wordt deelgenomen, wordt de periode van drie
maanden geacht niet te zijn onderbroken danwel niet te zijn
beëindigd, indien het schip terugkeert in de haven.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen.