1. Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken,
in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met
letters en nummers.
2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
ruimte en zo nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.
3. Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in
het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
intrekken daarvan.