1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
(verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of
een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de
rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op
verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden
aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de
vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de
nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan
door het college een termijn van niet langer dan een jaar is
verbonden.
3. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid
bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
blijven.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Gedoogplicht naamborden
Onderdeel van Verordening naamgeving en nummering Papendrecht