Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening VROM startersregeling

1.. Deze verordening is uitsluitend van toepassing op leningaanvragen: van in Papendrecht woonachtige verblijfsgerechtigde personen die op het moment van de aanvraag minimaal een jaar zelfstandig een huurwoning bewonen of minimaal een jaar inwonend zijn. In geval van twee aanstaande eigenaren dient ten minste één van beiden aan één van beide criteria te voldoen; van personen die op het moment van aanvraag minimaal 18 jaar zijn maar niet ouder zijn dan 35 jaar. Dit geldt voor alle leden van het huishouden van aanvrager(s); van personen die niet eerder een koopwoning in eigendom hebben gehad en de aan te kopen woning als hoofdbewoner zelf gaan bewonen; van personen, bedoeld onder a tot en met c, waarvan het bruto jaarinkomen van het huishouden een bedrag van € 40.000,-- niet te boven gaat; voor het verwerven van koopwoningen, zijnde woningen die voor permanente bewoning zijn bestemd, in Papendrecht waarvan de kosten voor het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan € 187.000,--; de Starterslening wordt, evenals de eerste hypotheek, alleen onder Nationale Hypotheek Garantie verleend en bedraagt € 37.4000,--; In de eerste drie jaar na invoering van de Starterslening zullen maximaal tien leningen per jaar worden verstrekt waarbij de volgorde van ontvangst van de aanvraag bepalend is. Indien er meer aanvragen worden ontvangen dan er Startersleningen kunnen worden verstrekt en de aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen dan zal door middel van loting door een notaris worden bepaald welke aanvraag voor de lening in aanmerking komt. Wanneer het maximum van tien is bereikt (datum van ontvangst van de aanvraag bepaalt tot welk jaar de aanvraag behoort), kan in het nieuwe kalenderjaar een nieuwe aanvraag worden ingediend. 2.. Deze verordening is niet van toepassing op leningaanvragen: voor woningen die door een woningcorporatie met korting aan een zittende huurder worden verkocht; voor woningen die door middel van een MGE- of vergelijkbare constructie (Maatschappelijk Gebonden Eigendom) worden verkocht, voor niet voor permanente bewoning bestemde woningen en voor tweede woningen; de hoofdsom van de VROM Starterslening bedraagt maximaal 20% van de kosten voor het in eigendom verkrijgen van de woning. 3.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in het eerste lid sub a tot en met e genoemde voorwaarden aan te passen. 4.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in afwijking van artikel 6, lid 1, sub g de Starterslening uitsluitend in te zetten voor aangewezen woningprojecten. Het Totale aantal leningen in de eerste drie jaar mag daarbij niet hoger zijn dan 30.

Rechtspraak bij dit artikel