Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 10

Wonen in een geschikt huis

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee

1.. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. 2.. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. 3.. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. 4.. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden. 5.. Een individuele voorziening wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, en voor zover de betreffende woonruimte bestemd en geschikt is voor permanente bewoning. 6.. In afwijking van het gestelde in het vijfde lid kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling. De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat. 7.. De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het zesde lid bedoelde woonruimte met een door burgemeester en wethouders in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee vast te leggen maximumbedrag. Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een woonvoorziening bewerkstelligen dat de belanghebbende de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken. 8.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit artikel wordt afgewezen indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, ten gevolge van ondervonden belemmeringen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn ondervonden belemmeringen opdat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door burgemeester en wethouders; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen en oplaadpunten; verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.

Rechtspraak bij dit artikel