1. Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen niet hoger is dan 105 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en belanghebbende geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.
2. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand