1. Als een belanghebbende zich heeft misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, IOAW of IOAZ, wordt een verlaging opgelegd van 50% gedurende 1 maand.
2. Onder misdraging tegenover het bestuur of zijn ambtenaren onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van WWB, IOAW en IOAZ, wordt onder anderen verstaan:
a. verbaal geweld;
b. discriminatie;
c. ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische druk);
d. zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);
e. mensgericht fysiek geweld;
f. overige/combinatie van agressievormen.
3. De duur van de verlaging wordt verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
4. Het college kan afwijken van de hoogte en duur van de verlaging op grond van dringende redenen.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Misdragingen
Onderdeel van Afstemming- en handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ