1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, wanneer daarmee wordt beoogd op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen.
2. Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor:
a. een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27 onder a van deze verordening;
b. de plaats niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening