Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Verboden

Onderdeel van Verordening op de markten

1.. Het is de standplaatshouder verboden: a.. zich onredelijk lang van zijn stalling te verwijderen; gedurende deze tijd mag hij zijn standplaats niet onbeheerd achterlaten; b.. b.op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren; c.. meer ruimte in te nemen dan hen is toegewezen; d.. de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen; e.. de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren, alsmede goederen of waren buiten de luifel van de kraam of de verkoopwagen te koop aan te bieden. f.. zich aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren; g.. tijdens de markt aan de voorzijde van de standplaats koopwaar uit te stallen en te hebben op kisten, banken of dergelijke of op de grond. h.. op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend. i.. op de markt afval aan te voeren. Onder afval wordt mede verstaan waren of goederen of partijen daarvan, die geheel of in belangrijke mate ongeschikt zijn om te verhandelen.

Rechtspraak bij dit artikel