De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt € 207,84;
Indien het perceel in hoofdzaak tot woning dient en op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, € 103,92
De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt bij een aantal kubieke meters water van:
a
10.000 m³ water of minder
€ 207,84 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan;
b
Meer dan 10.000 m³ water, doch minder dan 25.000 m³
€ 8.313,60 (40 x het basistarief) vermeerderd met € 51,96 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 10.000 m³;
c
25.000 m³ water of meer, doch minder dan 50.000 m³
€ 11.431,20 (55 x het basistarief) vermeerderd met € 25,98 voor elke 250 m³ of gedeelte daarvan boven 25.000 m³;
d
50.000 m³ of meer
€ 14.029,20 (67,5 x het basistarief) vermeerderd met € 5,20 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 50.000 m³.
Artikel 6
Belastingtarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013