Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Monumentenverordening gemeente Midden-Delfland

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit nemen, wordt advies gevraagd aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3.. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4.. Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing tot een beschermd gemeentelijk monument. 5.. Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert het college overleg met de eigenaar. 6.. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een object of pand een kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing van het object/pand als beschermd gemeentelijk monument ontvangt, tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het object/pand niet als gemeentelijk monument wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing. 7.. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat aangewezen is op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat aangewezen is op grond van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel