De subsidie wordt, onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht in ieder geval geweigerd indien:
vóór de ontvangst van de aanvraag verplichtingen tot uitvoering van wezenlijke onderdelen van het project zijn aangegaan. Dergelijke verplichtingen zijn niet verplichtingen tot het verwerven van bestaande bedrijfsgebouwen, mits deze verplichtingen niet langer dan dertien weken voor de ontvangst van de aanvraag zijn aangegaan en deze bestaande bedrijfsgebouwen worden geleverd na de ontvangst van de aanvraag;
de subsidiabele kosten minder dan € 500.000,-- bedragen;
de subsidiabele kosten meer dan € 4.500.000,-- bedragen;
de totale kosten van het project niet met minimaal een nader vast te stellen en bekend te maken percentage aan eigen middelen worden gefinancierd;
na uitvoering van het project de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen in de onderneming gezien de rentabiliteit en de aard van de onderneming naar verwachting niet aanvaardbaar zal zijn;
de structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen het project verzet;
minder dan het jaarlijks vastgestelde en bekendgemaakte aantal arbeidsplaatsen wordt gecreëerd;
de aanvrager onvoldoende aannemelijk maakt dat de aard van het project zodanig is dat dit als zelfstandige activiteit het jaarlijks vastgestelde en bekendgemaakte aantal arbeidsplaatsen oplevert;
de gecreëerde arbeidsplaatsen niet rechtstreeks door het investeringsproject tot stand komen;
de aanvrager niet belastingplichtig is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
het project niet in overeenstemming met het doel van de regeling is;
het project niet voldoet aan de voorschriften van deze regeling of de subsidieontvanger handelt in strijd met die voorschriften; of
tegen het project anderszins overwegende bezwaren bestaan.
Paragraaf
Artikel 17
Weigeringsgronden
Onderdeel van Investeringspremieregeling Noord-Nederland 2009 (IPR 2009)