**1.** Gedeputeerde staten zijn bevoegd om subsidie in de kosten van activiteiten te verlenen tot een maximaal bedrag van f 10.000,==.
**2.** In afwijking van het eerste lid geldt een maximaal bedrag van f 25.000,==, indien de subsidieverlening in overeenstemming is met op schrift gesteld beleid waarover provinciale staten eerder zijn gehoord.
**3.** Het in het tweede lid vermelde maximum van f 25.000,== is niet van toepassing, indien de meest gerede commissie uit provinciale staten omtrent het voornemen tot subsidieverlening is gehoord.
**4.** Indien de subsidie wordt verleend in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen, zijn gedeputeerde staten bevoegd om subsidie te verlenen tot een de in het eerste, tweede en derde lid vermelde maximale bedragen per jaar gedurende maximaal vier opeenvolgende jaren.
**5.** In afwijking van het eerste tot en met vierde lid zijn gedeputeerde staten bevoegd om subsidie te verlenen, indien het maximale bedrag en de subsidieontvanger in de begroting van de provincie zijn vermeld.
**6.** Provinciale staten kunnen zich de bevoegdheid tot subsidieverlening voorbehouden.