**1..** Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige, zoals aangewezen in artikel 3 van de wet, om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze. Het college beoordeelt of:
er persoonlijke omstandigheden zijn waardoor het college geen passende voorziening kan bieden;
de inburgeringsplichtige voldoende zelfredzaam is om zelf een passende voorziening te regelen
De inburgeringsplichtige binnen 3 maanden na toekennen van het persoonlijk inburgeringsbudget daadwerkelijk start met het volgen van de activiteiten uit de voorziening.
**2..** Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma:
naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (taalkennisvoorziening); en
wordt verzorgd door een onderwijsaanbieder dat voldoet aan de volgende vereisten:
de onderwijsaanbieder is gecertificeerd om inburgeringsprogramma's aan te bieden, al dan niet in samenwerking met een werkgever;
de onderwijsaanbieder informeert periodiek over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de voortgang van de inburgeringsplichtige;
de onderwijsaanbieder spant zich in, eventueel in samenwerking met de werkgever, om de verplichtingen die de inburgeraar heeft in het kader van de Wet inbugering na te laten komen.
**3..** Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de gemeente een overeenkomst met het onderwijsaanbieder.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering