Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordening Wet Inburgering

1.. Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige, zoals aangewezen in artikel 3 van de wet, om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze. Het college beoordeelt of: er persoonlijke omstandigheden zijn waardoor het college geen passende voorziening kan bieden; de inburgeringsplichtige voldoende zelfredzaam is om zelf een passende voorziening te regelen De inburgeringsplichtige binnen 3 maanden na toekennen van het persoonlijk inburgeringsbudget daadwerkelijk start met het volgen van de activiteiten uit de voorziening. 2.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (taalkennisvoorziening); en wordt verzorgd door een onderwijsaanbieder dat voldoet aan de volgende vereisten: de onderwijsaanbieder is gecertificeerd om inburgeringsprogramma's aan te bieden, al dan niet in samenwerking met een werkgever; de onderwijsaanbieder informeert periodiek over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de voortgang van de inburgeringsplichtige; de onderwijsaanbieder spant zich in, eventueel in samenwerking met de werkgever, om de verplichtingen die de inburgeraar heeft in het kader van de Wet inbugering na te laten komen. 3.. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de gemeente een overeenkomst met het onderwijsaanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel