Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 19.

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats Bunnik 2012

1.. Voor het hebben of vernieuwen van een grafbedekking, grafbeplanting uitgezonderd, is een schriftelijke vergunning vereist van het college. 2.. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3.. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4.. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 5.. Het college kan de vergunning weigeren indien: 6.. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, omtrent de aard en de afmetingen en de wijze van aanbrengen, als bedoeld in het derde lid; 7.. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; 8.. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; 9.. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 10.. De op de graven geplaatste gedenktekens en/of aangebrachte beplantingen moeten op eerste aanschrijving van burgemeester en wethouders door en voor rekening van de vergunninghouder worden verwijderd, indien zij zijn aangebracht of geplant in strijd met de verleende vergunning. Bij nalatigheid vindt verwijdering door de gemeente plaats. Het verwijderd gedenkteken vervalt dan aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel