**1..** De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool.
**2..** In afwijking van het eerste lid is het toegestaan om een afvoerleiding voor hemelwater, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing op het openbaar vuilwaterriool is aangesloten, gedurende een termijn van 12 maanden na die inwerkingtreding aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool.
**3..** De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt.
**4..** De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op het openbare terrein.
**5..** Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbare riool rekening met het Gemeentelijk Rioleringsplan.
**6..** De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt.
**7..** De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
**8..** Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2
Plicht tot afkoppelen
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater Midden-Drenthe