Op de belanghebbende die op 30 juni 1991 ouderschapsverlof geniet op grond van de Verordening betreffende een experimentele regeling over de aanspraak op ouderschapsverlof, blijft die verordening van toepassing. De in artikel 4, lid 2 van die verordening bedoelde compensatie waarop belanghebbende op de in artikel 9 genoemde datum nog aanspraak heeft, wordt in zijn geheel in een keer betaald.
Op de belanghebbende aan wie ouderschapsverlof wordt toegekend, dat aanvangt in de periode gelegen na 30 juni 1991 maar voor de in artikel 9 genoemde ingangsdatum van de Verordening betaald ouderschapsverlof, is de Verordening betreffende een experimentele regeling over de aanspraak op ouderschapsverlof van toepassing tot genoemde ingangsdatum. Toegekend verlof dat op die ingangsdatum nog niet is verleend, wordt verleend overeenkomstig de Verordening betaald ouderschapsverlof.