Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 28

Primaat algemene rolstoelvoorziening bij incidenteel rolstoelgebruik en sportrolstoel.

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden. 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder b., c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden. 3.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder e. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk maken. De verstrekking van een sportrolstoel vindt plaats in de vorm van een forfaitair bedrag, waarmee voor een periode van drie jaar een rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden; wanneer na afloop van de periode van 3 jaar de sportrolstoel in redelijkheid nog bruikbaar is, wordt de vergoeding voortgezet in de vorm van een jaarlijkse forfaitaire bijdrage in de onderhoudskosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel