Naar hoofdinhoud
1.. Inschrijving dient te geschieden op daartoe door of vanwege het college vastgestelde en ter beschikking gestelde formulieren en enveloppen voor inzending. Voor kermisinrichtingen dient men gebruik te maken van inschrijfformulier A en voor verkoopzaken van inschrijfformulier B. Het gebruik van afwijkende formulieren kan NIET worden toegestaan. 2.. Op het inschrijfformulier moet tenminste worden vermeld: naam, voornaam en adres van de inschrijver, danwel correspondentie-adres, indien de inschrijver geen vaste woonplaats heeft, postcode, eventueel telefoonnummer, bank- of gironummer, alsmede de handtekening van de inschrijver; naam en omschrijving van de inrichting c.q. verkoopzaak, overeenkomstig de registratie in het Handelsregister, of bij een organisatie van kermisvakgenoten, alsmede het Handels-registratienummer; de juiste afmetingen van de frontbreedte en diepte of doorsnede van de inrichting c.q. zaak, alsmede van de uitsteekzeilen, oploopvloeren, kassa en dergelijke, wanneer deze buiten de maten van breedte, diepte of doorsnede uitsteken, benevens vóór-, zij- en achterschoren; de benodigde aansluitwaarde in KWU; het aantal woon- en pakwagens; aanduiding van het (de) terrein(nen), waarvoor de inschrijving is bedoeld; het bedrag, zowel in cijfers als in letter, dat wordt geboden; bij verschil van het bedrag in letter en cijfers, geldt uitsluitend het bedrag in letters; de verzekeringsmaatschappij waarbij de exploitant verzekerd in tegen de risico's ex artikel 22 van deze voorwaarden; het bouwjaar en de fabrikant van de kermisinrichting c.q. zaak, alsmede een overzicht van grote uitgevoerde reparaties én onderhoudsbeurten gedurende de laatste twee jaar. 3.. Op één inschrijfformulier mag slechts voor één inrichting c.q. verkoopzaak worden ingeschreven. Inschrijvingen van twee of meer exploitanten "in combinatie" zullen terzijde worden gelegd. Wel mag door één exploitant een zogenaamd "combinatiebod" worden uitgebracht voor maximaal twee eigen inrichtingen (te vermelden op inschrijfformulier). 4.. Inschrijvingen bevattende concurrentie-bedingen ten doel hebbend om andere, niet dezelfde, inrichtingen c.q. verkoopzaken als waarmede wordt ingeschreven, te weren, of slechts om bepaalde personen toe te laten, zulks ter beoordeling van het college, kunnen terzijde worden gelegd. 5.. Op ieder inschrijfformulier voor een vermaakinrichting is een aparte ruimte opgenomen voor het doen van biedingen. Voor kinderzaken geldt een maximale ritprijs van € 1,50. Voor vermaakzaken geldt een maximale ritprijs van € 2,50. Voor oefening- en behendigheidspellen geldt een maximumprijs van € 2,00 per spel. Biedingen voor kinderzaken behoren te worden ingevuld op de speciaal daarvoor aangegeven ruimte. Bij acceptatie door de gemeente Deventer van een bod dient de daarbij behorende ritprijs door de betrokken exploitant te worden berekend. Afwijkingen naar beneden, bijvoorbeeld door meer-rittenkaarten, zijn toegestaan. Ten aanzien van exploitanten die zich niet aan de overeengekomen ritprijs houden, wordt het met hen gesloten contract geacht te zijn ontbonden zonder dat hiervoor enige ingebrekestelling is vereist en zonder dat hunnerzijds enigerlei aanspraak op schadevergoeding bestaat. Het college kan dan met de standplaats naar hun verkiezen handelen, zulks onverminderd de verplichting van de inschrijver tot betaling van eventueel nog verschuldigde gelden. 6.. Op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek, gedaan vóór het einde van de kermis, door exploitanten van inrichtingen c.q. verkoopzaken met een behoorlijk spelend orgel, zal na afloop van de kermis een restitutie van 10% van de pachtsom met een maximum van 200,-- kunnen worden verleend. Restitutie vindt slechts plaats wanneer naar het oordeel van het college het orgel in een behoorlijke staat van onderhoud verkeert en de inrichting tijdens de kermis uitsluitend orgelmuziek ten gehore brengt.

Rechtspraak bij dit artikel