Deze verordening verstaat onder:
begraafplaats: de Algemene Begraafplaats;
graf: een zandgraf;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
een eigen graf of familiegraf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon conform de “verordening op de gemeentelijke begraafplaats van de gemeente Oostzaan 2002”, het uitsluitend recht respectievelijk een gebruiksrecht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
algemeen graf; een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
kindergraf: een familiegraf, gelegen op het daartoe bestemde gedeelte van de begraafplaats, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon conform de “verordening op de gemeentelijke begraafplaats van de gemeente Oostzaan 2002”, een gebruiksrecht is verleend tot:
– het doen begraven en begraven houden van een lijk van een kind;
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
urnenveld: een veld bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen;
columbarium: een zuil met urnennissen bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen plaatsen van urnen of asbussen;
verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien;
buitengewone uren:
zon- of feestdagen;
alle werkdagen (maandag t/m zaterdag) waarop een begrafenis aanvangt vóór 9.00 of na 15.00 uur.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2013