Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4.51

Rechtstreeks werkende regels

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Tot het tijdstip waarop de in artikel 4.50 voorziene besluiten tot wijziging van bestemmingsplannen in werking treden, gelden de navolgende regels: het is verboden om buiten de in bijlage 11, kaart 5b, aangegeven windturbineparken een nieuwe windturbine met een ashoogte van meer dan 15 m te plaatsen; het is verboden om buiten de in bijlage 11, kaart 5b, aangegeven regionale windturbineparken aanwezige solitaire windturbines te vervangen door windturbines met een grotere ashoogte dan de bestaande of met een grotere wieklengte dan 2/3 van de ashoogte; het is verboden om buiten de in bijlage 11, kaart 5b, aangegeven windturbineparken aanwezige windturbines die deel uitmaken van een lijn- of parkopstelling te vervangen door een windturbine met een grotere ashoogte dan 40 m of met een wieklengte van meer dan 2/3 van de ashoogte. het is verboden om een reclamemast met een grotere hoogte dan zes meter te plaatsen; het is verboden om in de bodem met inbegrip van de diepe ondergrond radioactief afval of gevaarlijk afval op te slaan of te bergen; het is verboden om op de bodem middel- en hoogradioactief afval op te slaan of te bergen. het is verboden om kerncentrales te bouwen; het is verboden om ten behoeve van de uitoefening van intensieve veehouderij nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen op te richten of bestaande agrarische bedrijfsgebouwen daarvoor aan te wenden of uit te breiden anders dan noodzakelijk om daarmee tegemoet te komen aan aangescherpte eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn. 2. Ontheffing van het eerste lid, onder a, b, c en d, is niet mogelijk. 3. Ontheffing van het eerste lid onder h is uitsluitend mogelijk voor uitbreiding van de stalvloeroppervlakte van een agrarisch bedrijf dat per 1 januari 2009 beschikte over een milieuvergunning voor het houden van ten minste het aantal dieren, aangegeven in bijlage 4. De ontheffing wordt in elk geval geweigerd indien één van de weigeringsgronden, genoemd in artikel 4.18, vierde lid, zich voordoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel