Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.13

Inrichtingen

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een inrichting verstaan een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die is aangewezen in bijlage 7. Voor zover in die bijlage bij een categorie van inrichtingen categorieën van gevallen zijn aangewezen, zijn het tweede tot en met het derde lid slechts in die gevallen van toepassing. 2. Indien het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verleent voor een inrichting die is of zal zijn gelegen in een milieubeschermingsgebied, worden aan de omgevingsvergunning in ieder geval de voorschriften verbonden waarvan de inhoud is aangegeven in bijlage 7, voor zover in die bijlage is aangegeven dat deze van toepassing zijn op de betreffende categorie van inrichtingen. 3. Het bevoegd gezag kan, voor zover dit is aangegeven in bijlage 7, afwijken van de beperkingen en voorschriften bedoeld in het tweede lid. 4. Ontheffing van het tweede lid is niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel